4
assen van de Nomad-score
3 W
naafdynamo: nominaal vermogen bij 15 km/u
0–100
schaal van de score
<1 u
volledige diagnose
Beide praktijken delen de draagbeperking, maar niet de afweging. Bij een trek beperkt gewicht de meegenomen hoeveelheid. Op de fiets beperkt het vooral de dagafstand: één tas te veel voel je stilstaand niet, en na 1.200 hoogtemeters des te beter.
Tweede verschil, dit keer in je voordeel: een fiets produceert energie tijdens het rijden. Een naafdynamo maakt van de route zelf een laadbron — iets wat geen wandelaar kan. De fietsscore moet dus een koppel afwegen dat de trek niet kent: meegenomen massa tegenover productie onderweg.
0–40 — Verlichten of inkorten
De belading of de dagambitie overstijgt wat de werkelijke autonomie kan volhouden. Route of paklijst herzien vóór vertrek.
40–70 — Gerichte aanpassingen
Vertrek haalbaar met een actielijst: filtratie, extra powerbank of dynamo, etappes hersneden rond de waterpunten.
70–95 — Klaar om te vertrekken
Autonomie in lijn met het traject. Opnieuw scoren als de route langer wordt of het seizoen verandert.
De powerbank wint op korte reizen: niets te installeren, en het gewicht blijft laag zolang het aantal herladingen beperkt blijft. De dynamo wint zodra de reis in weken telt of door gebieden zonder betrouwbaar stopcontact voert — hij produceert zolang het wiel draait, ook in de regen, waar zonne-energie instort. Het kantelpunt hangt af van het werkelijke verbruik, niet van een algemene regel.
De 4 assen blijven gelden, maar de energie-as verandert van aard: de aandrijfaccu wordt de dominante post en maakt de route afhankelijk van laadpunten. Dan structureert de beschikbaarheid van stopcontacten het traject, niet water of proviand.
Zodra de route verder gaat dan een dagtocht heen en terug: twee dagen volledige autonomie volstaan om de gaten zichtbaar te maken. Daaronder blijft een klassieke checklist proportioneel.